Tijdmachine in gebed

Vandaag is de eerste dag na Pinksteren dat ik weer in de kerk ben. De paastijd is nu echt voorbij en de tijd door het jaar is aangebroken.
In de lauden van deze morgen wordt er in de hymne lof gezongen aan de zon. Deze hymnes komen elke vier weken terug. Het getijdengebed is een gebed met de 150 psalmen die elke vier weken worden herhaald. Maar in de afgelopen paastijd en daarvoor de veertigdagentijd waren er andere hymnes.
De psalmen komen uit de Heilige Schrift en bevatten elke emotie. Soms voel ik mij blij en dan krijg je een hele treurige psalm. Maar vaak is het ook een psalm die je een bepaalde herinnering geeft aan een gebeurtenis in je leven.
Zo ook vandaag met de hymne uit het morgengebed. Deze lofzang op de zon, waar ik eerder over schreef, deed mij terug voeren naar Soná. Elke ochtend probeerde ik met de lauden te beginnen. Ik zat daar op het bankje in de zon 's ochtends vroeg en ik kon niet stil blijven zitten. Als ik dat wel deed dan had ik waarschijnlijk mij verbrand aan de zon. In de vroege morgen was die al zo krachtig. En dat terwijl ik lof bracht aan God en zong over de zon.



